Wellicht een pakkende titel

Seizoensgebonden werkzaamheden en onoverkomelijke bedrijfseconomische risico’s

De leerplichtwet stelt heel duidelijk dat vakantie onder schooltijd vrijwel onmogelijk is. Uitzonderingen:

  1. Als ten minste een van de ouders een beroep heeft met seizoensgebonden werkzaamheden, bijvoorbeeld in de agrarische sector of de horeca.
  2. Als op vakantie gaan tijdens een schoolvakantie leidt tot onoverkomelijke bedrijfseconomische risico’s.

Artikel 1. Beleidsregel uitleg ”Specifieke aard van het beroep”

Op grond van artikel 11, onder f, en 13a, tweede lid, van de Leerplichtwet 1969 (Leerplichtwet) is om buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan vanwege het specifieke beroep van één van de ouders, éénmaal vrijstelling van geregeld schoolbezoek mogelijk voor ten hoogste tien dagen per schooljaar. Dit verlof kan geen betrekking hebben op de eerste twee lesweken van het jaar. Voor een kwalificatieplichtige jongere kan slechts verlof worden verleend voor een evenredig deel van het aantal dagen dat deze verplicht is onderwijs te volgen. Het hoofd van de school of instelling kan hiervoor verlof verlenen. Bij het begrip ‘specifieke aard van het beroep’ bedoeld in artikel 11, onderdeel f, van de Leerplichtwet dient voornamelijk te worden gedacht aan seizoensgebonden werkzaamheden, resp. werkzaamheden in bedrijfstakken die een piekdrukte kennen, waardoor het voor het gezin feitelijk onmogelijk is om in die periode een vakantie op te nemen.

"Bewijslast".

Het moet redelijkerwijs te voorzien zijn (en/of worden aangetoond) dat een vakantie in de schoolvakanties tot onoverkomelijke bedrijfseconomische problemen zal leiden. Slechts het gegeven dat gedurende de schoolvakanties een belangrijk deel van de omzet wordt behaald is onvoldoende.